ECLI:NL:HR:2010:BO8203
Hoge Raad
- Cassatie
- A.J.A. van Dorst
- J. de Hullu
- H.A.G. Splinter-van Kan
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt aansprakelijkheid schipper voor overtreding Wet vervoer gevaarlijke stoffen
In deze zaak stond centraal of het verbod uit artikel 5 van Pro de Wet vervoer gevaarlijke stoffen (Wvgs) uitsluitend geldt voor de vervoerder in de zin van het Reglement voor het vervoer van gevaarlijke stoffen over de Rijn (ADNR), of ook voor anderen die feitelijk bij het vervoer betrokken zijn. De verdachte, een schipper in loondienst, werd veroordeeld voor het overtreden van voorschriften bij het vervoer van gevaarlijke stoffen over binnenwateren.
De verdediging voerde aan dat de verdachte geen vervoerder was zoals bedoeld in het ADNR en daarom niet veroordeeld kon worden. Het hof verwierp dit verweer, stellende dat artikel 5 Wvgs Pro zich richt op iedereen die feitelijk bij het vervoer betrokken is, niet alleen de onderneming die het vervoer uitvoert.
De Hoge Raad bevestigde deze uitleg en verwierp het cassatieberoep. Tevens werd ambtshalve vastgesteld dat de redelijke termijn was overschreden, wat leidde tot vermindering van de opgelegde geldboete en vervangende hechtenis. De Hoge Raad vernietigde daarom het vonnis alleen voor wat betreft de hoogte van de geldboete en de duur van de vervangende hechtenis, en stelde deze lager vast.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigde de veroordeling van de schipper voor overtreding van de Wet vervoer gevaarlijke stoffen en verminderde ambtshalve de geldboete en vervangende hechtenis.