ECLI:NL:HR:2011:BM9103
Hoge Raad
- Cassatie
- A.J.A. van Dorst
- B.C. de Savornin Lohman
- J. de Hullu
- W.F. Groos
- M.A. Loth
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verwerpt beroep in cassatie inzake ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel
De zaak betreft een cassatieberoep van betrokkene tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam van 11 juli 2008, waarin een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel werd toegewezen.
De Hoge Raad beoordeelde het middel van cassatie en concludeerde dat dit middel niet tot cassatie kan leiden, mede omdat het geen rechtsvragen bevat die van belang zijn voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling. De Advocaat-Generaal had eveneens geadviseerd het beroep te verwerpen.
Daarnaast constateerde de Hoge Raad dat de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6 EVRM Pro was overschreden, aangezien meer dan twee jaar waren verstreken sinds het instellen van het cassatieberoep. Desondanks leidde deze overschrijding niet tot een rechtsgevolg in deze zaak. De zaak wordt terugverwezen naar het Gerechtshof Amsterdam, waar compensatie voor de termijnoverschrijding kan worden toegepast in de hoofdzaak.
De Hoge Raad wees het beroep af en bevestigde daarmee het oordeel van het hof. Dit arrest werd uitgesproken door de vice-president en vier raadsheren op 1 februari 2011.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de zaak wordt terugverwezen naar het gerechtshof zonder rechtsgevolg aan de termijnoverschrijding te verbinden.