ECLI:NL:HR:2011:BN3539
Hoge Raad
- Cassatie
- J.W. van den Berge
- C. Schaap
- J.W.M. Tijnagel
- M.W.C. Feteris
- R.J. Koopman
- Rechtspraak.nl
Vrijgesteld inkomen NAVO-functionaris telt mee bij drempel aftrek buitengewone uitgaven echtgenoot
Belanghebbende was in 2005 werkzaam in Nederland en haar echtgenoot was functionaris bij de NAVO. Bij de aangifte inkomstenbelasting werd het inkomen van de echtgenoot niet meegenomen bij het bepalen van de drempel voor aftrek van buitengewone uitgaven. De Inspecteur corrigeerde dit wel, wat leidde tot een geschil over de toepassing van de vrijstelling voor NAVO-functionarissen.
De Rechtbank te Breda had het beroep van belanghebbende gegrond verklaard en de aanslag verminderd, maar het Hof vernietigde deze uitspraak en verklaarde het beroep ongegrond. Het centrale geschilpunt was of het vrijgestelde inkomen van de NAVO-functionaris bij de drempelberekening moet worden betrokken.
De Hoge Raad bevestigde het oordeel van het Hof en stelde dat de vrijstelling in het Verdrag van Ottawa niet zo ruim moet worden uitgelegd dat het inkomen buiten beschouwing blijft bij de gezamenlijke draagkracht van partners. De Hoge Raad kwam hiermee terug op een eerdere uitspraak uit 1999 en volgde de lijn van het arrest over de belastingvrijstelling voor EG-functionarissen.
De Hoge Raad verklaarde het beroep in cassatie ongegrond en wees geen proceskosten toe. Hiermee is bevestigd dat het inkomen van de NAVO-functionaris meetelt bij het bepalen van de drempel voor aftrek van buitengewone uitgaven van diens echtgenoot.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard; het vrijgestelde inkomen van de NAVO-functionaris telt mee bij de drempel voor aftrek buitengewone uitgaven van diens echtgenoot.