ECLI:NL:HR:2011:BN4295

Hoge Raad

Datum uitspraak
22 februari 2011
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
08/05195
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1 Opiumwet
Verwijzingen
2 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging en terugwijzing wegens onvoldoende bewijs voor bezit MDMA

De Hoge Raad behandelde het cassatieberoep van verdachte tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch, waarin hij was veroordeeld voor het bezit van 2,12 gram MDMA en 2,78 gram van een materiaal dat MDMA en N-ethyl-MDA bevatte.

De Hoge Raad oordeelde dat het hof onvoldoende bewijs had geleverd om zonder meer vast te stellen dat verdachte deze hoeveelheden MDMA en het materiaal met N-ethyl-MDA in bezit had. De door het hof gebruikte bewijsmiddelen, zoals weergegeven in de conclusie van de Advocaat-Generaal, boden geen sluitende basis voor de bewezenverklaring van deze hoeveelheden.

Daarom vernietigde de Hoge Raad het arrest uitsluitend voor zover het de bewezenverklaring en strafoplegging betrof met betrekking tot deze feiten en verwees de zaak terug naar het hof voor een nieuwe beoordeling binnen het bestaande hoger beroep. Het beroep werd voor het overige verworpen.

Het arrest werd gewezen door de vice-president en twee raadsheren en uitgesproken op 22 februari 2011.

Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde berechting wegens onvoldoende bewijs voor het bezit van MDMA.

Uitspraak

22 februari 2011
Strafkamer
Nr. 08/05195
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een bij verstek gewezen arrest van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch van 14 augustus 2008, nummer 20/001562-07, in de strafzaak tegen:
[Verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1980, wonende te [woonplaats].
1. Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze hebben mr. J. Goudswaard en mr. I.A. van Straalen, beiden advocaat te 's-Gravenhage, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal Vellinga heeft geconcludeerd tot vernietiging van het bestreden arrest wat betreft de opgelegde straf, tot vermindering daarvan en tot verwerping van het beroep voor het overige.
2. Beoordeling van het eerste middel
2.1. Het middel bevat de klacht dat de onder 1 bewezenverklaarde hoeveelheden van 2,12 gram MDMA en van 2,78 gram van een materiaal bevattende MDMA en N-ethyl-MDA, niet zonder meer kunnen volgen uit de door het Hof gebezigde bewijsmiddelen.
2.2. Ten laste van de verdachte is onder 1 bewezenverklaard, voor zover hier van belang, dat:
"hij op 9 december 2005 in de gemeente Heerlen opzettelijk aanwezig heeft gehad (...) 2,12 gram MDMA en 2,78 gram van een materiaal bevattende MDMA en N-ethyl-MDA, zijnde (...) MDMA en N-ethyl-MDA telkens een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I."
2.3. De door het Hof gebezigde bewijsmiddelen, voor zover hier van belang, zijn weergegeven in de conclusie van de Advocaat-Generaal onder 7.
2.4. Uit die bewijsmiddelen kan niet zonder meer volgen dat de verdachte een hoeveelheid van 2,12 gram MDMA en een hoeveelheid van 2,78 gram van een materiaal bevattende MDMA en N-ethyl-MDA aanwezig heeft gehad, zoals is bewezenverklaard.
2.5. Het middel is terecht voorgesteld.
3. Slotsom
Nu de Hoge Raad geen grond aanwezig oordeelt waarop de bestreden uitspraak ambtshalve zou behoren te worden vernietigd, brengt hetgeen hiervoor is overwogen mee dat het tweede middel geen bespreking behoeft en als volgt moet worden beslist.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
vernietigt de bestreden uitspraak maar uitsluitend wat betreft de beslissingen ter zake van het onder 1 tenlastegelegde en de strafoplegging;
wijst de zaak terug naar het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch, opdat de zaak in zoverre op het bestaande hoger beroep opnieuw wordt berecht en afgedaan;
verwerpt het beroep voor het overige.
Dit arrest is gewezen door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren H.A.G. Splinter-van Kan en W.F. Groos, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken op 22 februari 2011.