ECLI:NL:HR:2011:BN6293
Hoge Raad
- Cassatie
- J.W. van den Berge
- J.W.M. Tijnagel
- A.H.T. Heisterkamp
- M.W.C. Feteris
- R.J. Koopman
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt geen gerechtvaardigd vertrouwen op interne reorganisatievrijstelling overdrachtsbelasting
Belanghebbende, een stichting particulier fonds, kreeg in 2005 certificaten van aandelen in een BV om niet verkregen. De Belastingdienst legde een naheffingsaanslag overdrachtsbelasting op, inclusief boete en heffingsrente. De Rechtbank verklaarde het beroep deels gegrond door naheffingsaanslag en heffingsrente te verminderen, maar wees het beroep voor het overige af.
In cassatie stond centraal of belanghebbende gerechtvaardigd mocht vertrouwen op een Resolutie van de Staatssecretaris van Financiën uit 1989, waarin in twee specifieke gevallen toepassing werd gegeven aan de hardheidsclausule van de Algemene wet inzake rijksbelastingen (AWR) voor interne reorganisaties. De Hoge Raad oordeelde dat deze Resolutie geen algemeen beleid bevatte dat ook op de onderhavige situatie van toepassing was.
De Hoge Raad verwierp het middel dat stelde dat uit de Resolutie een recht op vrijstelling kon worden afgeleid. De enkele mededeling over toepassing van de hardheidsclausule in twee specifieke gevallen kon niet worden opgevat als een toezegging of beleid voor andere gevallen. Het beroep in cassatie werd daarom ongegrond verklaard. De Hoge Raad zag geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt ongegrond verklaard en de naheffingsaanslag overdrachtsbelasting blijft van kracht.