ECLI:NL:HR:2011:BN7719
Hoge Raad
- Cassatie
- A.J.A. van Dorst
- J. de Hullu
- H.A.G. Splinter-van Kan
- Rechtspraak.nl
Vaststelling daderschap rechtspersoon bij milieuovertredingen onvoldoende onderbouwd
In deze zaak gaat het om de vraag of een rechtspersoon kan worden aangemerkt als dader van milieudelicten, waaronder het illegaal storten van afvalstoffen en het zonder vergunning exploiteren van een zanddepot. Het hof had geoordeeld dat de verdachte, een besloten vennootschap, als dader kon worden beschouwd op basis van de feitelijke betrokkenheid van haar bestuurders en de aard van de bedrijfsactiviteiten.
De Hoge Raad stelt echter dat de feiten en omstandigheden waarop het hof zijn oordeel baseerde niet voldoende zijn om het daderschap van de rechtspersoon te dragen. De Hoge Raad benadrukt dat de toerekening van een gedraging aan een rechtspersoon afhankelijk is van de concrete omstandigheden en dat een algemene maatstaf niet volstaat. Daarbij is vooral van belang of de gedraging in de sfeer van de rechtspersoon heeft plaatsgevonden en of deze gedraging redelijkerwijs aan de rechtspersoon kan worden toegerekend.
Het hof had onvoldoende rekening gehouden met de verklaring dat de verdachte in de relevante periode geen bedrijfsactiviteiten verrichtte en dat de werkzaamheden feitelijk door een andere B.V. werden uitgevoerd. Ook de algemene overweging dat maatschappelijke realiteit beslissend is in plaats van het civielrechtelijke kleed, was te algemeen geformuleerd en niet passend voor de vaststelling van daderschap van een rechtspersoon.
Daarom vernietigt de Hoge Raad het arrest en verwijst de zaak terug naar het hof voor hernieuwde behandeling van het hoger beroep op basis van de bestaande stukken.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde behandeling.