ECLI:NL:HR:2011:BN9739
Hoge Raad
- Cassatie
- D.G. van Vliet
- C.B. Bavinck
- A.R. Leemreis
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt dat rentevoordeel directeur-grootaandeelhouder geen belastbaar inkomen is
Belanghebbende, directeur en enig aandeelhouder van een vennootschap, had in 2003 een rekening-courantovereenkomst met zijn BV waarbij hij geld kon lenen tegen een zakelijke rente van circa 2,5%. Hij zette dit geleende bedrag van €970.000 uit op internetspaarrekeningen met een hogere rente van gemiddeld 3,6%, waardoor hij een rentevoordeel van 1,1% behaalde.
De Inspecteur legde een aanslag inkomstenbelasting op waarin dit rentevoordeel als belastbaar inkomen werd gerekend. De Rechtbank verklaarde het beroep van belanghebbende gegrond en vernietigde de aanslag. Het Hof vernietigde het vonnis van de Rechtbank en bevestigde de aanslag, stellende dat het rentevoordeel voortkwam uit activiteiten die normaal, actief vermogensbeheer te buiten gaan.
De Hoge Raad oordeelde dat het uitzetten van gelden op een spaarrekening niet buiten het normale, actieve vermogensbeheer valt, ook niet als het geld is geleend van een vennootschap waarover de belanghebbende zeggenschap heeft. De kennis van rentetarieven vormt geen bijzondere kennis in de zin van de wet. Daarom behoort het rentevoordeel niet tot het belastbare inkomen uit werk en woning. De Hoge Raad vernietigde het arrest van het Hof en bevestigde het vonnis van de Rechtbank.
Uitkomst: Het rentevoordeel behoort niet tot het belastbare inkomen uit werk en woning; het arrest van het Hof wordt vernietigd en het vonnis van de Rechtbank bevestigd.