ECLI:NL:HR:2011:BO2592
Hoge Raad
- Cassatie
- A.J.A. van Dorst
- J.W. Ilsink
- H.A.G. Splinter-van Kan
- Rechtspraak.nl
Vernietiging arrest wegens ontbreken motivering drijverschap inrichting milieubeheer
De zaak betreft een economische strafzaak waarin verdachte werd veroordeeld wegens het opzettelijk verbranden van afvalstoffen in strijd met voorschriften verbonden aan een revisievergunning onder de Wet milieubeheer. Het hof had geoordeeld dat verdachte als drijver van de inrichting moest worden aangemerkt, waardoor hij verantwoordelijk was voor de overtreding.
De Hoge Raad stelt vast dat het hof niet heeft vastgesteld of verdachte feitelijke zeggenschap had over de inrichting en dat het oordeel dat verdachte drijver was, zonder nadere motivering onbegrijpelijk is. Dit leidt tot vernietiging van het arrest en verwijzing van de zaak naar het hof voor een nieuwe beoordeling.
De bewezenverklaring steunt op diverse proces-verbalen van toezichthouders en politie die constateerden dat verdachte afval, waaronder hout, spaanplaat en PVC, verbrandde zonder vergunning. De vergunning en voorschriften zijn eveneens in het dossier opgenomen. De Hoge Raad benadrukt dat de verbodsbepaling uit art. 18.18 Wm zich richt tot degene die de inrichting drijft, zoals bepaald in art. 8.20.1 oud Wm.
De zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde berechting waarbij het hof de feitelijke zeggenschap van verdachte over de inrichting moet vaststellen en motiveren of hij als drijver kan worden aangemerkt. Dit arrest is gewezen door de vice-president en raadsheren van de Hoge Raad op 25 januari 2011.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde berechting.