ECLI:NL:HR:2011:BO2788
Hoge Raad
- Cassatie
- A.J.A. van Dorst
- H.A.G. Splinter-van Kan
- W.F. Groos
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt niet-ontvankelijkheid hoger beroep bij gevangenisstraf ondanks art. 410a Sv
De verdachte werd door de Politierechter veroordeeld tot een gevangenisstraf van twee weken wegens opzetheling. Tegen dit vonnis stelde hij hoger beroep in bij het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch. Het hof verklaarde het hoger beroep niet-ontvankelijk omdat de verdachte niet binnen de gestelde termijn schriftelijk of mondeling grieven tegen het vonnis had ingediend, conform artikel 416, tweede lid, Sv.
De verdachte stelde cassatieberoep in tegen deze beslissing, stellende dat artikel 410a, tweede lid, Sv ook van toepassing zou zijn, wat volgens hem een andere procedurele behandeling in hoger beroep zou vereisen. De Advocaat-Generaal adviseerde het beroep te verwerpen.
De Hoge Raad oordeelde dat artikel 410a Sv niet van toepassing is indien de verdachte tot een gevangenisstraf is veroordeeld, zoals in deze zaak. Hierdoor was het hof bevoegd het hoger beroep niet-ontvankelijk te verklaren wegens het ontbreken van grieven binnen de wettelijke termijn. Het cassatieberoep werd verworpen.
Deze uitspraak bevestigt de strikte toepassing van artikel 410a Sv en benadrukt het belang van tijdige indiening van grieven in hoger beroep bij gevangenisstrafzaken.
Uitkomst: Het cassatieberoep van verdachte wordt verworpen en het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard.