ECLI:NL:HR:2011:BO5770

Hoge Raad

Datum uitspraak
28 januari 2011
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
09/03596
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 RO
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing vordering schadevergoeding wegens schending notariële zorgplicht

In deze zaak vorderden eiser en eiseres schadevergoeding van een notaris wegens vermeende schending van diens notariële zorgplicht. De rechtbank Breda wees de vordering af en het gerechtshof te 's-Hertogenbosch bevestigde dit oordeel. Tegen het arrest van het hof werd cassatie ingesteld.

De Hoge Raad verwijst naar de eerdere vonnissen en arresten en overweegt dat de klachten van eiser c.s. niet tot cassatie kunnen leiden. Daarbij wordt opgemerkt dat de klachten niet nader zijn toegelicht en geen rechtsvragen bevatten die van belang zijn voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling.

De Hoge Raad verwerpt daarom het cassatieberoep en veroordeelt eiser c.s. in de kosten van het geding in cassatie. Hiermee blijft het arrest van het hof ongewijzigd in stand en wordt de vordering tot schadevergoeding afgewezen.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de vordering tot schadevergoeding wegens schending van de notariële zorgplicht wordt afgewezen.

Uitspraak

28 januari 2011
Eerste Kamer
09/03596
DV/IF
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
1. [Eiser 1],
2. [Eiseres 2],
beiden wonende te [woonplaats],
EISERS tot cassatie,
advocaat:aanvankelijk mr. J. Brandt, thans mr. I.E. Reimert,
t e g e n
[Verweerder],
wonende te [woonplaats],
VERWEERDER in cassatie,
advocaat: mr. D.M. de Knijff.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser] c.s. en [verweerder].
1. Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. het vonnis in de zaak 162558/HA ZA 06-1190 van de rechtbank Breda van 14 november 2007;
b. het arrest in de zaak HD 103.005.964 van het gerechtshof te 's-Hertogenbosch van 12 mei 2009.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof hebben [eiser] c.s. beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
[Verweerder] heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor [eiser] c.s. toegelicht door mr. J. Brandt en mr. I.E. Reimert en voor [verweerder] door mr. M.S. van der Keur, advocaat bij de Hoge Raad.
De conclusie van de Advocaat-Generaal J. Wuisman strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiser] c.s. in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerder] begroot op € 384,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, J.C. van Oven en W.A.M. van Schendel, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 28 januari 2011.