ECLI:NL:HR:2011:BO6150
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- B.C. de Savornin Lohman
- M.A. Loth
- Rechtspraak.nl
Levenslange gevangenisstraf voor medeplegen van moord na schietpartij in Rotterdams café
In deze zaak stond de verdachte terecht voor medeplegen van moord na een schietpartij in een Rotterdams café. Het gerechtshof te 's-Gravenhage had de verdachte reeds tot levenslange gevangenisstraf veroordeeld. De verdachte stelde cassatieberoep in tegen dit arrest.
De Hoge Raad behandelde het cassatieberoep en concludeerde dat de middelen van de verdediging niet tot cassatie konden leiden, behalve het middel dat betrekking had op de overschrijding van de redelijke termijn van berechting zoals bedoeld in artikel 6 EVRM Pro. De Hoge Raad stelde vast dat de redelijke termijn in de cassatiefase was overschreden doordat de stukken te laat door het hof waren ingezonden.
Desondanks oordeelde de Hoge Raad dat de opgelegde levenslange gevangenisstraf zich naar haar aard niet leent voor vermindering. Daarom volstond de Hoge Raad met het oordeel dat de redelijke termijn was overschreden, zonder dat dit leidde tot strafvermindering of andere gevolgen. Het beroep werd uiteindelijk verworpen en het arrest van het hof bevestigd.
Uitkomst: De levenslange gevangenisstraf voor medeplegen van moord wordt bevestigd ondanks overschrijding van de redelijke termijn.