ECLI:NL:HR:2011:BO6325
Hoge Raad
- Cassatie
- A.J.A. van Dorst
- H.A.G. Splinter-van Kan
- W.F. Groos
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt strafoplegging wegens onjuiste toepassing voorwaardelijke invrijheidstelling
De verdachte werd door het hof veroordeeld tot een gevangenisstraf van vijftien maanden wegens ernstige financiële benadeling van de Nederlandse Staat. Het hof motiveerde de straf onder meer met de ernst van het feit, de recidive van de verdachte en het grote financiële nadeel. Tevens wees het hof de toepassing van een voorwaardelijke straf af en verwees naar de Wet voorwaardelijke invrijheidstelling, waarbij het hof oordeelde dat de verdachte voorwaardelijk in vrijheid zou worden gesteld na het ondergaan van tweederde van de straf.
De Hoge Raad oordeelde dat het hof de wet onjuist had toegepast. Artikel 15 Sr Pro bepaalt immers dat bij een straf van meer dan een jaar en ten hoogste twee jaren de veroordeelde voorwaardelijk in vrijheid wordt gesteld na het ondergaan van ten minste een jaar en het ondergaan van eenderde van het resterende deel van de straf. De uitleg van het hof dat dit na tweederde ondergaan zou zijn, is onjuist. Hierdoor is de strafmotivering niet deugdelijk.
De Hoge Raad vernietigde daarom het deel van het arrest dat betrekking had op de strafoplegging en verwees de zaak terug naar het hof voor een nieuwe beoordeling van de strafoplegging. Het overige van het beroep werd verworpen. De uitspraak werd gedaan door de Strafkamer van de Hoge Raad op 25 januari 2011.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de strafoplegging en verwijst de zaak terug naar het hof voor hernieuwde berechting.