ECLI:NL:HR:2011:BO7121

Hoge Raad

Datum uitspraak
28 januari 2011
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
09/02063
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 RO
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt afwijzing cassatie in geschil over geldlening en levensverzekering

In deze zaak stond de uitvoering van overeenkomsten van geldlening en levensverzekering centraal. Eiser en eiseres hadden tegen Delta Lloyd N.V. en Delta Lloyd Levensverzekering N.V. een procedure gevoerd in de lagere instanties, waarbij de rechtbank Amsterdam en het gerechtshof Amsterdam eerder uitspraken hadden gedaan.

Eiser c.s. stelde beroep in cassatie in tegen het arrest van het gerechtshof, maar de Hoge Raad oordeelde dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie konden leiden. De Hoge Raad verwees naar artikel 81 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie en stelde dat de klachten geen rechtsvragen bevatten die beantwoording behoefden in het belang van rechtseenheid of rechtsontwikkeling.

De Hoge Raad wees het beroep af en veroordeelde eiser c.s. in de kosten van het cassatiegeding. De uitspraak werd gedaan door een kamer onder voorzitterschap van raadsheer van Buchem-Spapens en in het openbaar uitgesproken door raadsheer Numann op 28 januari 2011.

Uitkomst: Het cassatieberoep van eiser c.s. wordt verworpen en zij worden veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding.

Uitspraak

28 januari 2011
Eerste Kamer
09/02063
TT
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
1. [Eiser 1],
wonende te [woonplaats],
2. [Eiseres 2]
gevestigd te [vestigingsplaats],
EISERS tot cassatie,
advocaten: mr. A. Ramsoedh en mr. J.C. Meijroos,
t e g e n
1. DELTA LLOYD N.V.,
gevestigd te Amsterdam,
2. DELTA LLOYD LEVENSVERZEKERING N.V.,
gevestigd te Amsterdam,
VERWEERSTERS in cassatie,
advocaat: mr. R.A.A. Duk.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser] c.s. en Delta Lloyd c.s.
1. Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de vonnissen in de zaak 334500/HA ZA 06-292 van de rechtbank Amsterdam van 10 mei 2006 en 6 september 2006;
b. het arrest in de zaak 106.005.937/01 van het gerechtshof te Amsterdam van 17 februari 2009.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof hebben [eiser] c.s. beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Delta Lloyd c.s. hebben geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor [eiser] c.s. namens hun advocaten toegelicht door mr. G.G.J. Knoops, advocaat te Amsterdam. Voor Delta Lloyd c.s. is de zaak namens hun advocaat toegelicht door mr. M. Ynzonides en mr. H.R.P. Boon, beiden advocaat te Amsterdam.
De conclusie van de Advocaat-Generaal E.M. Wesseling-van Gent strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
Namens [eiser] c.s. hebben hun advocaten en mr. G.G.J. Knoops, advocaat te Amsterdam, bij brief van 15 december 2010 op die conclusie gereageerd.
3. Beoordeling van de middelen
De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiser] c.s. in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Delta Lloyd c.s. begroot op € 6.245,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, W.A.M. van Schendel en C.A. Streefkerk, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 28 januari 2011.