ECLI:NL:HR:2011:BO7560
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond inzake voorlopige aanslag inkomstenbelasting
In deze zaak heeft de Minister van Financiën beroep in cassatie ingesteld tegen een uitspraak van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch van 10 juni 2010. Het geschil betreft een aan X te Z opgelegde voorlopige aanslag in de inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen.
De Hoge Raad heeft het beroep in cassatie beoordeeld en geconcludeerd dat het beroep ongegrond is. Daarmee blijft het arrest van het Gerechtshof in stand. De uitspraak bevestigt de rechtmatigheid van het oordeel van het hof met betrekking tot de voorlopige aanslag.
Deze beslissing is in lijn met eerdere jurisprudentie, waaronder het arrest 10/01744, waarmee de Hoge Raad consistentie in zijn rechtspraak waarborgt. Het arrest heeft geen nadere motivering over de inhoudelijke beoordeling van de aanslag, maar bevestigt het oordeel van het hof.
Uitkomst: Het beroep in cassatie van de Minister van Financiën is ongegrond verklaard.