ECLI:NL:HR:2011:BO8001
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- B.C. de Savornin Lohman
- W.M.E. Thomassen
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt wederrechtelijke horecaontzegging ondanks feitelijke toelating
Verdachte was door een algemene horecaontzegging voor het centrum van Apeldoorn schriftelijk verboden om gedurende een jaar toegang te hebben tot diverse horecagelegenheden. Desondanks werd hij op drie verschillende data in 2007 en 2008 in deze horecagelegenheden aangetroffen en aangehouden wegens lokaalvredebreuk.
Het hof van Arnhem oordeelde dat verdachte wederrechtelijk was binnengedrongen, ondanks zijn stelling dat hij toestemming had gekregen om binnen te komen en dat hij de bijlage met de lijst van horecagelegenheden niet had ontvangen. Het hof baseerde zich op schriftelijke uitreiking van de ontzegging, verklaringen van portiers en eigen verklaringen van verdachte.
De Hoge Raad bevestigde het oordeel van het hof en verwierp het middel dat stelde dat feitelijke toelating tot de horecagelegenheden de wederrechtelijkheid uitsloot. De Hoge Raad oordeelde dat de ontzegging en het verbod om de horecagelegenheden te betreden ook geldt wanneer verdachte per abuis is toegelaten, en dat de feitelijke toelating niet leidt tot het ontbreken van wederrechtelijkheid.
Het cassatieberoep werd verworpen, waarmee de veroordeling voor lokaalvredebreuk gehandhaafd bleef.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde de veroordeling voor lokaalvredebreuk wegens schending van de horecaontzegging.