ECLI:NL:HR:2011:BO9551
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Arrest Hoge Raad over executiegeschil in kort geding
In deze zaak stond een executiegeschil centraal dat in kort geding was behandeld. Eiser, woonachtig te een woonplaats, had beroep in cassatie ingesteld tegen het arrest van het gerechtshof te 's-Hertogenbosch van 8 september 2009. De verweerster, Stichting Wonen West Brabant, was niet verschenen in cassatie.
De Hoge Raad verwees voor het verloop van het geding naar de eerdere vonnissen en arresten in de lagere instanties. De conclusie van de Advocaat-Generaal strekte tot verwerping van het cassatieberoep. De Hoge Raad oordeelde dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie konden leiden en dat nadere motivering niet nodig was omdat geen rechtsvragen in het belang van rechtseenheid of rechtsontwikkeling aan de orde waren.
Het arrest werd gewezen door drie raadsheren en in het openbaar uitgesproken door een vierde raadsheer. De Hoge Raad verwerpt het beroep en veroordeelt eiser in de kosten van het geding in cassatie, die aan de zijde van de verweerster nihil werden begroot.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het arrest van het gerechtshof bevestigd.