ECLI:NL:HR:2011:BO9868
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- B.C. de Savornin Lohman
- M.A. Loth
- Rechtspraak.nl
Onjuiste toepassing van art. 138 Sr op erf bestemd voor openbare dienst
In deze zaak stond de vraag centraal of artikel 138 van Pro het Wetboek van Strafrecht van toepassing is op een besloten erf dat bestemd is voor de openbare dienst. De verdachte werd veroordeeld voor het wederrechtelijk binnendringen op het besloten erf van het detentiecentrum te Alphen aan den Rijn, waarbij het hof art. 138 Sr Pro toepaste.
De verdediging voerde aan dat art. 138 Sr Pro niet van toepassing is op terreinen bestemd voor de openbare dienst, omdat daarvoor een afzonderlijke regeling geldt in art. 139 Sr Pro, die een lager strafmaximum kent. Het hof verwierp dit verweer, wat de Hoge Raad onjuist achtte.
De Hoge Raad oordeelde dat uit de regeling in art. 139 Sr Pro volgt dat art. 138 Sr Pro niet van toepassing is op lokalen of erven bestemd voor de openbare dienst. Het hof had ten onrechte art. 138 Sr Pro toegepast op het besloten erf van het detentiecentrum. Daarom werd het arrest vernietigd voor zover het betrekking had op deze tenlastelegging en strafoplegging, en verwezen naar het hof voor hernieuwde berechting.
De overige middelen werden verworpen omdat zij niet tot cassatie konden leiden. Het arrest werd uitgesproken door de vice-president en raadsheren van de Hoge Raad op 22 november 2011.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd voor zover het de toepassing van art. 138 Sr betreft en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde berechting.