ECLI:NL:HR:2011:BO9970
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad behandelt cassatie tegen uitspraak navorderingsaanslag inkomstenbelasting 2002
Belanghebbende X te Z had bezwaar gemaakt tegen een navorderingsaanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen voor het jaar 2002, alsmede tegen de daarbij opgelegde boetebeschikking. De rechtbank Haarlem behandelde het verzet van belanghebbende tegen deze aanslag en boete en deed uitspraak op 10 juli 2009.
Tegen deze uitspraak stelde belanghebbende cassatieberoep in bij de Hoge Raad. De Hoge Raad heeft dit beroep in cassatie behandeld en het beroep afgedaan met toepassing van artikel 81 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (RO), wat inhoudt dat het beroep niet-ontvankelijk is verklaard of niet-ontvankelijk is verklaard zonder inhoudelijke behandeling.
De uitspraak bevestigt daarmee de beslissing van de rechtbank en laat de navorderingsaanslag en boetebeschikking in stand. De zaak betreft bestuursrechtelijke aspecten van belastingrecht, waarbij de Hoge Raad de formele ontvankelijkheid van het cassatieberoep heeft getoetst en het beroep niet-ontvankelijk heeft verklaard.
Uitkomst: Het cassatieberoep is afgewezen op grond van artikel 81 RO, waardoor de uitspraak van de rechtbank Haarlem blijft staan.