ECLI:NL:HR:2011:BP0580
Hoge Raad
- Cassatie
- D.H. Beukenhorst
- E.J. Numann
- J.C. van Oven
- W.A.M. van Schendel
- C.E. Drion
- Rechtspraak.nl
Doorwerking van CAO-bepalingen na overgang naar minimum-CAO in kinderopvangbranche
In deze zaak stond centraal of bepalingen uit de CAO Kinderopvang blijven doorwerken nadat de werkgever UK lid werd van een andere CAO, de CAO Branche Kinderopvang (CAO BKN), die als minimum-CAO geldt. ABVAKABO, vakorganisatie en partij bij de oude CAO, vorderde dat UK gehouden bleef de bepalingen van de oude CAO toe te passen op haar leden, ook na het einde van die CAO.
De rechtbank wees de vorderingen af wegens gebrek aan belang, maar het hof wees een deel van de vorderingen toe voor werknemers die lid waren van ABVAKABO en werkzaam bij UK in de relevante periodes. Het hof stelde dat de doorwerking van de oude CAO eindigde bij de inwerkingtreding van de nieuwe CAO BKN, ook al was die een minimum-CAO.
De Hoge Raad vernietigde het arrest van het hof en oordeelde dat bepalingen uit een oude CAO die deel uitmaken van individuele arbeidsovereenkomsten blijven gelden na afloop van die CAO, behoudens andersluidende afspraken. Dit geldt ook als een minimum-CAO in werking treedt, die de gunstigere voorwaarden uit de oude CAO niet buiten werking stelt. De zaak werd terugverwezen voor verdere behandeling.
De Hoge Raad bevestigde dat collectieve acties op basis van individuele incorporatiebedingen in arbeidsovereenkomsten niet per definitie uitgesloten zijn, maar dat dit niet tot cassatie leidt wegens gebrek aan belang. De uitspraak verduidelijkt de werking van CAO-bepalingen en de positie van minimum-CAO's in de Nederlandse arbeidsrechtelijke praktijk.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigde het arrest van het hof en verwees de zaak terug voor verdere behandeling, bevestigend dat bepalingen uit een oude CAO blijven doorwerken bij een minimum-CAO.