ECLI:NL:HR:2011:BP1404
Hoge Raad
- Cassatie
- D.H. Beukenhorst
- A.M.J. van Buchem-Spapens
- J.C. van Oven
- W.A.M. van Schendel
- W.D.H. Asser
- E.J. Numann
- Rechtspraak.nl
Erkenning en tenuitvoerlegging van Engels faillissementsbevel tot informatieverschaffing in Nederland
In deze zaak ging het om de erkenning en tenuitvoerlegging in Nederland van een bevel dat door een Engelse rechtbank was uitgevaardigd in het kader van een faillissementsprocedure. De curatoren in het Engelse faillissement hadden een bevel verkregen om van Handelsveem een gedetailleerde lijst van voorraad en documenten te verkrijgen.
De voorzieningenrechter in Rotterdam verleende op grond van artikel 25 van Pro de Insolventieverordening toestemming voor tenuitvoerlegging van dit bevel in Nederland. Handelsveem stelde zich op het standpunt dat het bevel niet rechtstreeks uit het faillissementsrecht voortvloeit en dat het verzoek niet op artikel 25 kon Pro worden gebaseerd.
De rechtbank Rotterdam oordeelde echter dat het bevel wel degelijk rechtstreeks voortvloeit uit de insolventieprocedure en binnen het faillissementskader past. De Hoge Raad bevestigde dit oordeel en verduidelijkte dat de nauwe samenhang met de insolventieprocedure moet worden beoordeeld aan de hand van het recht van de lidstaat waar het faillissement is geopend.
Voorts werd geoordeeld dat artikel 18 lid 3 van Pro de Insolventieverordening, dat het gebruik van dwangmiddelen door curatoren in andere lidstaten beperkt, niet in de weg staat aan erkenning en tenuitvoerlegging van een dergelijk bevel in Nederland, waarbij Nederlandse dwangmiddelen kunnen worden toegepast. Het beroep van Handelsveem werd verworpen en zij werden veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het cassatieberoep van Handelsveem wordt verworpen en het Engelse bevel wordt erkend en ten uitvoer gelegd in Nederland.