ECLI:NL:HR:2011:BP1413
Hoge Raad
- Cassatie
- D.H. Beukenhorst
- J.C. van Oven
- C.A. Streefkerk
- W.D.H. Asser
- C.E. Drion
- E.J. Numann
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over verjaring bij onrechtmatige overheidsdaad met voortdurende schade
In deze zaak stond de vraag centraal wanneer de verjaringstermijn aanvangt voor een rechtsvordering op grond van een onrechtmatige overheidsdaad waarbij sprake is van voortdurende schade. Eiseres, handelend onder de naam A, had een procedure gevoerd tegen de Staat der Nederlanden.
De zaak was in eerdere instanties behandeld, waarbij de rechtbank en het gerechtshof respectievelijk vonnissen en arresten hadden gewezen. Tegen het arrest van het hof stelde eiseres beroep in cassatie in bij de Hoge Raad.
De Hoge Raad overwoog dat de verjaringstermijn van artikel 3:310 lid 1 BW Pro aanvangt zodra de benadeelde kennis heeft van de schade en de daarvoor aansprakelijke persoon, maar bij voortdurende schade pas begint te lopen vanaf het moment dat de schade ophoudt. De klachten van eiseres konden niet leiden tot cassatie, zodat het beroep werd verworpen.
De Hoge Raad veroordeelde eiseres tevens in de kosten van het geding in cassatie. Het arrest werd gewezen door de vice-president Beukenhorst en raadsheren van Oven, Streefkerk, Asser en Drion, en in het openbaar uitgesproken door raadsheer Numann op 11 maart 2011.
Uitkomst: Het cassatieberoep van eiseres wordt verworpen en zij wordt veroordeeld in de proceskosten.