ECLI:NL:HR:2011:BP1834
Hoge Raad
- Cassatie
- A.J.A. van Dorst
- B.C. de Savornin Lohman
- J. de Hullu
- W.M.E. Thomassen
- C.H.W.M. Sterk
- Rechtspraak.nl
Veroordeling bedreiging met misdrijf tegen het leven gericht ondanks betwisting opzet en redelijke termijnoverschrijding
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch waarin verdachte werd veroordeeld voor bedreiging met een misdrijf tegen het leven gericht. Het hof stelde vast dat verdachte samen met anderen het slachtoffer opzettelijk had bedreigd met liquidatie.
De verdediging voerde aan dat er geen sprake was van een daadwerkelijke bedreiging door de politieman en dat het opzet ontbrak. Het hof verwierp deze verweren en oordeelde dat de bedreiging zodanig was dat bij het slachtoffer redelijke vrees kon ontstaan voor het verlies van zijn leven. De Hoge Raad bevestigde dit oordeel en herhaalde eerdere jurisprudentie dat het niet vereist is dat de bedreiger zelf het misdrijf zou plegen.
Daarnaast stelde de Hoge Raad vast dat de redelijke termijn zoals bedoeld in art. 6 EVRM Pro was overschreden door vertraging in de cassatiefase. Dit leidde tot vermindering van de opgelegde gevangenisstraf van zestien maanden, waarvan vier maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar. Het beroep werd voor het overige verworpen.
Uitkomst: Veroordeling voor bedreiging met misdrijf tegen het leven gericht met strafvermindering wegens overschrijding redelijke termijn.