ECLI:NL:HR:2011:BP1858
Hoge Raad
- Cassatie
- A.J.A. van Dorst
- B.C. de Savornin Lohman
- J. de Hullu
- W.M.E. Thomassen
- C.H.W.M. Sterk
- Rechtspraak.nl
Bevestiging veroordeling bedreiging met misdrijf tegen het leven door achtervolging en intimidatie in het verkeer
Op 15 april 2007 achtervolgde verdachte met hoge snelheid en dreigend gedrag een auto met daarin twee slachtoffers en hun dochter, nadat de bestuurster hem een lichtsignaal had gegeven. Verdachte dwong de auto tot stoppen, liep boos op de bestuurster toe, sloeg op haar autoruiten en volgde haar vervolgens bijna een uur lang met snelheden tot 170 km/u, waarbij hij ook gebaren maakte.
De slachtoffers voelden zich ernstig bedreigd en vreesden dat verdachte een verkeersongeluk zou veroorzaken of tot dodelijke handelingen zou overgaan. Het hof achtte bewezen dat verdachte met zijn gedragingen willens en wetens de aanmerkelijke kans aanvaardde dat deze vrees zou ontstaan, en veroordeelde hem voor bedreiging met een misdrijf tegen het leven gericht.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof het begrip bedreiging correct heeft toegepast en dat de bewezenverklaring voldoende is gemotiveerd. Het cassatiemiddel dat dit betwist faalt. Tevens constateert de Hoge Raad een overschrijding van de redelijke termijn, maar ziet geen aanleiding tot rechtsgevolgen vanwege de relatief lichte straf.
Het beroep in cassatie wordt verworpen en de veroordeling blijft in stand.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de veroordeling van verdachte voor bedreiging met een misdrijf tegen het leven gericht door langdurige en gevaarlijke achtervolging en intimidatie in het verkeer.