ECLI:NL:HR:2011:BP2715
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- B.C. de Savornin Lohman
- W.M.E. Thomassen
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt veroordeling wegens onvoldoende bewijs voor voorwaardelijk opzet bij kopstoot
Op 3 juli 2006 gaf verdachte te Gemert een kopstoot aan het slachtoffer, waarna het slachtoffer achterover viel en zwaar lichamelijk letsel opliep. Het hof verklaarde bewezen dat verdachte met opzet het zwaar lichamelijk letsel wilde toebrengen, gebaseerd op verklaringen van het slachtoffer, getuigen en politieprocessen-verbaal, waaronder een fotoconfrontatie en waarnemingen van kleding en uiterlijk van verdachte.
De verdediging voerde aan dat het hof ten onrechte voorwaardelijk opzet aannam, omdat de enkele omstandigheid dat de kopstoot krachtig was en het slachtoffer viel, onvoldoende is om te concluderen dat verdachte zich bewust was van en aanvaardde dat zwaar letsel zou intreden.
De Hoge Raad herhaalt de maatstaf voor voorwaardelijk opzet: de verdachte moet zich willens en wetens hebben blootgesteld aan de aanmerkelijke kans op het gevolg. De enkele kracht van de kopstoot en het vallen van het slachtoffer is onvoldoende om dit aan te nemen.
Daarom vernietigt de Hoge Raad het arrest van het hof en wijst de zaak terug voor hernieuwde behandeling. Het arrest benadrukt het belang van een zorgvuldige bewijsvoering bij het vaststellen van voorwaardelijk opzet op zwaar lichamelijk letsel.
Uitkomst: Hoge Raad vernietigt het arrest en wijst de zaak terug wegens onvoldoende bewijs voor voorwaardelijk opzet.