ECLI:NL:HR:2011:BP2993
Hoge Raad
- Cassatie
- J.W. van den Berge
- A.H.T. Heisterkamp
- R.J. Koopman
- Rechtspraak.nl
Gerechtvaardigd verschil in heffingskortingen bij geboorte versus overlijden van kind
Belanghebbende, moeder geworden in juli 2006, vorderde voor dat jaar diverse heffingskortingen voor kinderen, waaronder de kinderkorting en alleenstaande-ouderkorting. Zij voldeed echter niet aan de wettelijke eis dat het kind meer dan zes maanden in haar huishouden moest verblijven.
Zij stelde dat deze eis in het jaar van geboorte discriminatoir was ten opzichte van situaties waarin het kind of de ouder overlijdt, omdat in die gevallen wel recht op kortingen bestaat zonder de zesmaandseis. Zowel de Rechtbank als het Hof verwierpen dit standpunt.
De Hoge Raad bevestigde dat de regeling die de zesmaandseis bevat, is bedoeld om te voorkomen dat heffingskortingen onterecht moeten worden terugbetaald bij overlijden binnen zes maanden. Deze regeling is objectief en redelijk gerechtvaardigd, waardoor het verschil in behandeling tussen geboorte en overlijden niet onrechtmatig is.
De Hoge Raad verklaarde het cassatieberoep ongegrond en wees proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard en het verschil in behandeling is gerechtvaardigd.