ECLI:NL:HR:2011:BP3058

Hoge Raad

Datum uitspraak
15 april 2011
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
10/00175
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 382 RvArt. 81 RO
Verwijzingen
3 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verwerpt vordering tot herroeping op grond van artikel 382 Rv

In deze zaak heeft eiser bij de Hoge Raad beroep in cassatie ingesteld tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam van 11 augustus 2009. Het geschil betreft een vordering tot herroeping van een eerder arrest op grond van artikel 382, aanhef en onder a, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.

De Hoge Raad verwijst voor het geding in feitelijke instanties naar de arresten van het gerechtshof Amsterdam van 29 november 2007 en 11 augustus 2009. Tegen de ANWB is verstek verleend. De advocaat van eiser heeft de zaak toegelicht. De Advocaat-Generaal heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

De Hoge Raad oordeelt dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie kunnen leiden en dat nadere motivering niet nodig is omdat de klachten geen rechtsvragen in het belang van rechtseenheid of rechtsontwikkeling oproepen. Het beroep wordt daarom verworpen en eiser wordt in de kosten van het cassatiegeding veroordeeld, die aan de zijde van de ANWB nihil zijn begroot.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de vordering tot herroeping wordt afgewezen.

Uitspraak

15 april 2011
Eerste Kamer
10/00175
RM/MD
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[Eiser],
wonende te [woonplaats],
EISER tot cassatie,
advocaat: mr. P. Garretsen,
t e g e n
ANWB B.V.,
gevestigd te 's-Gravenhage,
VERWEERSTER in cassatie,
niet verschenen.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser] en de ANWB.
1. Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. het arrest in de zaak 106.005.123/01 (rolnummer 1021/06) van het gerechtshof te Amsterdam van 29 november 2007;
b. het arrest in de zaak 200.011.597/01 van het gerechtshof te Amsterdam van 11 augustus 2009.
Het arrest van het hof van 11 augustus 2009 is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen laatstgenoemd arrest van het hof heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Tegen de ANWB is verstek verleend.
De zaak is voor [eiser] toegelicht door zijn advocaat.
De conclusie van de Advocaat-Generaal L. Strikwerda strekt tot verwerping van het beroep met toepassing van art. 81 RO Pro.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van de ANWB begroot op nihil.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, J.C. van Oven en W.A.M. van Schendel, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 15 april 2011.