ECLI:NL:HR:2011:BP3105

Hoge Raad

Datum uitspraak
4 februari 2011
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
10/05104
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 63 RvHaags Betekeningsverdrag (Verdrag van 15 november 1965)
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt kantoorbetekening als voldoende voor verstekverlening onder Haags Betekeningsverdrag

In deze zaak stond centraal de vraag of kantoorbetekening van een cassatiedagvaarding, zoals bedoeld in artikel 63 lid 1 Rv Pro, voldoende is voor verstekverlening in een internationale context waarbij het Haags Betekeningsverdrag van toepassing is.

De Stichting Evangeliegemeente De Weg had de verweerster, woonachtig in Australië, via kantoorbetekening gedagvaard. Er was geen betekening volgens het Haags Betekeningsverdrag verricht. De verweerster verscheen niet op de zitting, waarna de Stichting verstekverlening verzocht.

De Hoge Raad kwam tot het oordeel dat kantoorbetekening buiten het toepassingsgebied van het Haags Betekeningsverdrag valt en dat deze wijze van betekening derhalve volstaat voor verstekverlening. Hiermee keerde de Hoge Raad zich tegen zijn eerdere arrest van 27 juni 1986, waarin een andere opvatting werd gehanteerd.

De Advocaat-Generaal had eveneens geconcludeerd tot verstekverlening. Het arrest werd gewezen door de vice-president en vier raadsheren, en in het openbaar uitgesproken op 4 februari 2011.

Uitkomst: De Hoge Raad verleent verstek tegen de verweerster en bevestigt dat kantoorbetekening volstaat voor verstekverlening onder het Haags Betekeningsverdrag.

Uitspraak

4 februari 2011
Eerste Kamer
10/05104
EV/RM
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
STICHTING EVANGELIEGEMEENTE DE WEG,
gevestigd te Woerden,
EISERES tot cassatie,
advocaat: mr. E.F.A. Linsen-Van Rossum,
t e g e n
[Verweerster],
wonende te [woonplaats], Australië,
VERWEERSTER in cassatie,
niet verschenen.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als de Stichting en [verweerster].
1. Het geding in cassatie
De Stichting heeft bij exploot van 20 oktober 2010 aan [verweerster] aangezegd dat zij beroep in cassatie instelt tegen het arrest met zaaknummer 106.005.110/01 van het gerechtshof te Amsterdam van 20 juli 2010 alsmede tegen de voorafgaande tussenarresten van 27 oktober 2009 en 3 februari 2009, en [verweerster] gedagvaard te verschijnen ter terechtzitting van de Hoge Raad van 26 november 2010.
[Verweerster] is niet verschenen. De Stichting heeft verzocht het verstek tegen [verweerster] te verlenen.
De Advocaat-Generaal J.L.R.A. Huydecoper heeft ter terechtzitting van 24 december 2010 schriftelijk geconcludeerd tot verstekverlening van het verzochte verstek.
2. Beoordeling van het verzoek om verstekverlening
2.1 [Verweerster] is woonachtig te [woonplaats], Australië.
2.2 Betekening van de cassatiedagvaarding heeft plaatsgevonden op de voet van art. 63 lid 1 Rv Pro. aan het kantoor van mr. M.C. van der Giessen en mr. B.E. van der Molen, beiden advocaat te Woerden, als (opvolgend) advocaat bij wie [verweerster] in de vorige instantie laatstelijk te dezer zake uitdrukkelijk woonplaats heeft gekozen.
2.3 Niet is gebleken dat kennisgeving van het exploot van dagvaarding aan [verweerster] overeenkomstig het Haags Betekeningsverdrag (Verdrag van 15 november 1965, Trb. 1966, 91 en 1969, 55), waarbij zowel Nederland als Australië partij zijn, heeft plaatsgevonden.
2.4 De vraag of betekening van de cassatiedagvaarding op de voet van art. 63 lid 1 Rv Pro. (hierna: kantoorbetekening) volstaat voor verstekverlening heeft de Hoge Raad in zijn arrest van heden (nr. 10/04456) bevestigend beantwoord.
De Hoge Raad is daarbij teruggekomen van zijn in zijn arrest van 27 juni 1986, LJN AC9459, NJ 1987/764, neergelegde opvatting en heeft aanvaard dat de kantoorbetekening buiten het toepassingsgebied van het Haags Betekeningsverdrag valt.
Het verzoek om verstekverlening is derhalve voor toewijzing vatbaar.
3. Beslissing
De Hoge Raad verleent het gevraagde verstek tegen verweerster.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J.B. Fleers als voorzitter en de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, A. Hammerstein, J.C. van Oven en W.A.M. van Schendel, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 4 februari 2011.