ECLI:NL:HR:2011:BP3855
Hoge Raad
- Cassatie
- J.W. van den Berge
- C. Schaap
- J.W.M. Tijnagel
- M.W.C. Feteris
- R.J. Koopman
- Rechtspraak.nl
Prejudiciële vragen over toepasselijkheid Verordening 1408/71 op Nederlandse zeevarende woonachtig in Spanje
Belanghebbende, een Nederlandse zeevarende woonachtig in Spanje, was in 2004 werkzaam in dienst van een in Nederland gevestigde werkgever op baggerschepen die onder de Nederlandse vlag voeren, maar verrichtte zijn werkzaamheden voornamelijk buiten het grondgebied van de EU. De Nederlandse wetgeving stelde dat hij niet verplicht verzekerd was voor de volksverzekeringen omdat hij niet in Nederland woonde en niet in loondienst in Nederland werkte.
Het Hof oordeelde echter dat op grond van Verordening (EEG) nr. 1408/71 de Nederlandse wetgeving van toepassing was, omdat de werkgever in Nederland gevestigd is en de schepen onder Nederlandse vlag voeren. Belanghebbende stelde dat het Zeerechtverdrag de toepassing van de Verordening op zijn situatie uitsloot, maar dit werd door het Hof verworpen.
De Hoge Raad constateerde gerede twijfel over de uitleg van de Verordening, met name of de Verordening de Nederlandse wetgeving als toepasselijk aanwijst in situaties waarin de werknemer niet op grond van nationale wetgeving verzekerd is. Ook de betekenis van het door het uitvoeringsorgaan gevoerde beleid dat zeevarenden als verzekerden behandelt, werd betwist.
Daarom stelde de Hoge Raad prejudiciële vragen aan het Hof van Justitie over de toepasselijkheid van de aanwijzingsregels van Titel II van Verordening 1408/71 en de betekenis van het uitvoeringsbeleid. De Hoge Raad schorst het geding en houdt verdere beslissing aan totdat het Hof van Justitie uitspraak heeft gedaan.
Uitkomst: De Hoge Raad houdt de zaak aan en stelt prejudiciële vragen aan het Hof van Justitie over de toepasselijkheid van Verordening 1408/71 op een Nederlandse zeevarende woonachtig in Spanje.