ECLI:NL:HR:2011:BP4779
Hoge Raad
- Cassatie
- J.W. van den Berge
- C. Schaap
- A.H.T. Heisterkamp
- M.W.C. Feteris
- R.J. Koopman
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt navorderingsaanslagen wegens schending evenredigheidsbeginsel
Belanghebbende werkte van 1979 tot 1999 bij een internationaal offshorebedrijf en had een Duitse bankrekening waarop onkostenvergoedingen en rente werden gestort. Hij gaf deze tegoeden niet aan voor vermogensbelasting en inkomstenbelasting. In 2002 meldde hij de spaartegoeden en verstrekte nadere gegevens aan de Belastingdienst. Vervolgens legde de Inspecteur navorderingsaanslagen op over meerdere jaren, waarvan sommige na bezwaar en beroep werden gehandhaafd.
De Rechtbank en het Hof oordeelden dat de navorderingsaanslagen terecht waren opgelegd, ook al waren sommige aanslagen opgelegd nadat de vijfjaarstermijn voor binnenlandse tegoeden was verstreken. Het Hof vond het tijdsverloop acceptabel vanwege lopende procedures en het wachten op uitspraken over eerdere jaren.
De Hoge Raad stelde echter vast dat het Hof het evenredigheidsbeginsel niet in acht had genomen. De omstandigheden die het Hof aanvoerde rechtvaardigden niet het lange tijdsverloop tussen het verkrijgen van gegevens en het opleggen van navorderingsaanslagen. Omdat belanghebbende in 2002 alle benodigde gegevens had verstrekt en er geen aanwijzingen waren voor verder onderzoek, was het tijdsverloop onaanvaardbaar lang.
Daarom vernietigde de Hoge Raad de navorderingsaanslagen over de jaren 1991 tot en met 1998 en 1992 tot en met 1999, behoudens de aanslag over 1999. Tevens werd het door belanghebbende betaalde griffierecht vergoed. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de navorderingsaanslagen over 1991-1998 en 1992-1999 wegens schending van het evenredigheidsbeginsel.