ECLI:NL:HR:2011:BP4801
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Bevestiging arrest hof inzake verdeling beperkte huwelijksgoederengemeenschap
De zaak betreft een geschil over de verdeling van een beperkte huwelijksgoederengemeenschap tussen de man en de vrouw. De procedure begon bij de rechtbank Rotterdam met een tussenvonnis en een eindvonnis, waarna het gerechtshof te 's-Gravenhage tussenarrest en eindarrest uitbracht. De man stelde beroep in cassatie in tegen het eindarrest van het hof, terwijl de vrouw verstek liet gaan.
De Hoge Raad verwijst naar de eerdere vonnissen en arresten en behandelt het cassatieberoep. De conclusie van de Advocaat-Generaal was om het beroep te verwerpen met toepassing van artikel 81 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (RO).
De Hoge Raad oordeelt dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie kunnen leiden en dat nadere motivering niet nodig is omdat de klachten geen rechtsvragen in het belang van rechtseenheid of rechtsontwikkeling oproepen. Het beroep wordt verworpen en de kosten van het cassatiegeding worden ieder voor eigen rekening gelaten.
Het arrest is gewezen door drie raadsheren en in het openbaar uitgesproken door een vierde raadsheer op 29 april 2011.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de man wordt verworpen en het arrest van het hof bevestigd.