ECLI:NL:HR:2011:BP5535
Hoge Raad
- Cassatie
- D.G. van Vliet
- P. Lourens
- E.N. Punt
- J.A.C.A. Overgaauw
- P.M.F. van Loon
- Rechtspraak.nl
Beoordeling verzoeken tot teruggaaf belasting personenauto's en motorrijwielen
Aan belanghebbende zijn naheffingsaanslagen opgelegd in de belasting van personenauto's en motorrijwielen (BPM). Na bezwaar en daaropvolgende procedures bij de Rechtbank en het Gerechtshof Arnhem, waarbij de naheffingsaanslagen werden gehandhaafd, is door belanghebbende cassatie ingesteld bij de Hoge Raad.
De kern van het geschil betreft de vraag of de door belanghebbende gedane verzoeken om teruggaaf van BPM-belasting, op grond van artikel 16 van Pro de Wet BPM, kunnen worden aangemerkt als een ingevolge de belastingwet gedaan verzoek in de zin van artikel 20, lid 1, AWR. De Hoge Raad bevestigt dat dit het geval is, ook indien de teruggaaf op grond van de besluiten van de Staatssecretaris van Financiën op een andere wijze plaatsvindt dan strikt volgens artikel 16 Wet Pro BPM.
De Hoge Raad oordeelt dat het oordeel van het Hof, dat de verzoeken als zodanig moeten worden gezien, juist is en dat dit oordeel, voor zover het feitelijke waarderingen betreft, in cassatie niet kan worden getoetst. Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard en er worden geen proceskosten aan de zijde van belanghebbende toegewezen.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard en de naheffingsaanslagen blijven gehandhaafd.