ECLI:NL:HR:2011:BP6421
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- J.W. Ilsink
- W.F. Groos
- C.H.W.M. Sterk
- M.A. Loth
- Rechtspraak.nl
Vermindering gevangenisstraf wegens overschrijding redelijke termijn in fiscale delictenzaak
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch, waarin verdachte werd veroordeeld wegens het feitelijk leidinggeven aan fiscale delicten door het niet voeren van een juiste administratie en het doen van onjuiste belastingaangiften.
De Hoge Raad oordeelt dat de Richtlijnen aanmelding, transactie en vervolging fiscale delicten niet van toepassing zijn omdat het strafrechtelijk onderzoek is gestart na een Duits rechtshulpverzoek en niet door aanmelding van ambtenaren van de belastingdienst. Het hof heeft terecht geoordeeld dat het Openbaar Ministerie ontvankelijk is in de vervolging.
Wel is vastgesteld dat de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6 EVRM Pro is overschreden doordat de stukken te laat werden ingezonden en de uitspraak meer dan twee jaar na het cassatieberoep volgde. Daarom vermindert de Hoge Raad de opgelegde gevangenisstraf tot tien maanden, waarvan zes maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar.
De overige klachten van de verdachte worden verworpen en de Hoge Raad bevestigt het oordeel van het hof over de ontvankelijkheid en de toepassing van de Richtlijnen. De bestreden uitspraak wordt vernietigd uitsluitend voor wat betreft de strafoplegging.
Uitkomst: De gevangenisstraf wordt verminderd tot tien maanden, waarvan zes maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar.