ECLI:NL:HR:2011:BP6460
Hoge Raad
- Cassatie
- A.J.A. van Dorst
- B.C. de Savornin Lohman
- M.A. Loth
- Rechtspraak.nl
Uitleg en toepassing van artikel 476 lid 2 Wetboek van Strafvordering bij herziening van meervoudige veroordeling
In deze zaak oordeelt de Hoge Raad over de uitleg van artikel 476, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering (Sv) in het kader van een herzieningsprocedure. De verdachte was door de politierechter veroordeeld voor vier feiten, waarvan twee feiten later in cassatie werden herzien en gegrond verklaard. De Hoge Raad verwees de zaak terug naar het hof voor herbeoordeling van deze twee feiten.
Het hof sprak de verdachte vrij van de twee geherviseerde feiten en bepaalde een straf voor de overige twee feiten. De verdediging betoogde dat het hof alle feiten opnieuw moest beoordelen, omdat de Hoge Raad 'de zaak' had verwezen. Het hof verwierp dit en stelde dat alleen de gegrond verklaarde feiten opnieuw behandeld worden, terwijl voor de overige feiten de straf wordt vastgesteld conform art. 476, tweede lid, Sv.
De Hoge Raad bevestigt deze uitleg en stelt dat bij een einduitspraak met meerdere feiten, waarvan slechts een deel wordt herzien, het hof alleen die feiten opnieuw behandelt die gegrond zijn verklaard in de herzieningsaanvraag. Voor de overige feiten bepaalt het hof de straf volgens art. 476, tweede lid, Sv. Het beroep van de verdachte wordt verworpen.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt dat het hof alleen de gegrond verklaarde feiten opnieuw behandelt en voor de overige feiten de straf bepaalt.