ECLI:NL:HR:2011:BP6589

Hoge Raad

Datum uitspraak
15 april 2011
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
10/03948
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 350 lid 3 FaillissementswetArt. 354 lid 2 FaillissementswetArt. 81 RO
Verwijzingen
4 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beëindiging WSNP zonder schone lei en verwerping cassatieberoep

In deze zaak stond de beëindiging van de Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen (WSNP) zonder verlening van de schone lei centraal, op grond van artikel 350 lid 3 onder Pro c van de Faillissementswet. Verzoekster had tegen het arrest van het gerechtshof beroep in cassatie ingesteld. De Hoge Raad verwijst naar de eerdere vonnissen van de rechtbank Utrecht en het arrest van het hof te Amsterdam.

De Advocaat-Generaal had geconcludeerd tot verwerping van het cassatieberoep. De Hoge Raad oordeelt dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie kunnen leiden en dat nadere motivering niet nodig is omdat de klachten geen rechtsvragen in het belang van rechtseenheid of rechtsontwikkeling oproepen.

Daarmee wordt het beroep van verzoekster verworpen en blijft het arrest van het hof in stand. De zaak betreft een belangrijk aspect van het insolventierecht, namelijk de toepassing van de regels omtrent beëindiging van de WSNP zonder schone lei.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de WSNP wordt beëindigd zonder verlening van de schone lei.

Uitspraak

15 april 2011
Eerste Kamer
10/03948
DV/MD
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[Verzoekster],
wonende te [woonplaats],
VERZOEKSTER tot cassatie,
advocaat: mr. P.J.Ph. Dietz de Loos.
Verzoekster zal hierna ook worden aangeduid als [verzoekster].
1. Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de vonnissen in de zaak 07/491 R van de rechtbank Utrecht van 10 juli 2007 en 6 juli 2010,
b. het arrest in de zaak 200.070.131 van het gerechtshof te Amsterdam, nevenzittingsplaats Arnhem van 30 augustus 2010.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof heeft [verzoekster] beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De conclusie van de Advocaat-Generaal L. Timmerman strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
3. Beoordeling van de middelen
De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren E.J. Numann, als voorzitter, J.C. van Oven en C.A. Streefkerk, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 15 april 2011.