ECLI:NL:HR:2011:BP7955
Hoge Raad
- Cassatie
- D.G. van Vliet
- J.A.C.A. Overgaauw
- P.M.F. van Loon
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep in cassatie wegens termijnoverschrijding bij aanmaningskosten
Belanghebbende was geconfronteerd met aanmaningskosten voor naheffingsaanslagen over 1999 en 2000. Na bezwaar handhaafde de Ontvanger deze kosten. De Rechtbank verklaarde het beroep over 1999 gegrond en vernietigde de aanmaningskosten, maar verklaarde het beroep over 2000 niet-ontvankelijk wegens niet tijdig betalen van griffierecht. Het Hof verklaarde het hoger beroep tegen de uitspraak over 1999 niet-ontvankelijk wegens termijnoverschrijding en was onbevoegd in het hoger beroep over 2000.
Belanghebbende diende een geschrift in bij de Rechtbank dat als hoger beroepschrift werd aangemerkt en naar het Hof werd doorgezonden. Het Hof zond de stukken vervolgens door naar de Hoge Raad. De Hoge Raad oordeelde dat het beroepschrift niet tijdig was ingediend binnen de wettelijke termijn van zes weken na verzending van de uitspraak, en dat geen verschoonbare omstandigheden waren gesteld.
Daarom verklaarde de Hoge Raad het beroep in cassatie tegen de uitspraak van de Rechtbank niet-ontvankelijk en het beroep tegen het Hof ongegrond. Er werden geen proceskosten aan belanghebbende opgelegd. Het arrest werd gewezen door de vice-president en raadsheren van de Hoge Raad op 18 maart 2011.
Uitkomst: Het beroep in cassatie tegen de uitspraak van de Rechtbank is niet-ontvankelijk verklaard wegens termijnoverschrijding.