ECLI:NL:HR:2011:BP8708
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Vernietiging arrest schuldsaneringsregeling wegens onjuiste rechtsopvatting over inspanningsverplichting
De zaak betreft een verzoekster die de wettelijke schuldsaneringsregeling wilde toepassen vanwege een schuldenlast van circa €30.000, waaronder een schuld aan de Belastingdienst wegens ten onrechte ontvangen kinderopvangtoeslag. De rechtbank wees het verzoek af omdat zij niet te goeder trouw zou zijn geweest bij het ontstaan en onbetaald laten van haar schulden.
In hoger beroep bevestigde het hof dit oordeel en vond dat verzoekster onvoldoende controle had over de omstandigheden die tot haar schulden leidden. Hoewel zij een sociaal vangnet had en haar leven meer op orde was, kampte zij nog met psychische klachten en was zij vrijgesteld van sollicitatieplicht, waardoor zij niet kon voldoen aan de inspanningsverplichting om inkomen te genereren.
De Hoge Raad oordeelde dat het hof een onjuiste rechtsopvatting had gehanteerd. Het feit dat verzoekster niet kan werken, sluit niet uit dat zij zich kan inspannen om aan de verplichtingen uit de schuldsaneringsregeling te voldoen, in dit geval door zich in te spannen om weer arbeidsgeschikt te worden.
Daarom vernietigde de Hoge Raad het arrest van het hof Amsterdam en verwees de zaak naar het gerechtshof te 's-Gravenhage voor verdere behandeling en beslissing.
Uitkomst: Hoge Raad vernietigt arrest hof Amsterdam en verwijst zaak terug wegens onjuiste uitleg van inspanningsverplichting in schuldsaneringsregeling.