ECLI:NL:HR:2011:BP8984
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Cassatieberoep tegen uitspraak over Wet waardering onroerende zaken en onroerendezaakbelasting
Deze zaak betreft een cassatieberoep ingesteld door wijlen X tegen een uitspraak van het Gerechtshof te 's-Gravenhage van 26 februari 2010. Het geschil draait om een beschikking op grond van de Wet waardering onroerende zaken (WOZ) en een daarop gebaseerde aanslag in de onroerendezaakbelasting. De Hoge Raad heeft het beroep in cassatie afgedaan op grond van artikel 81 van Pro de Wet op de Raad van State (RO).
De procedure betreft een bestuursrechtelijke belastingzaak waarin de waardering van een onroerende zaak centraal staat. De belanghebbende heeft bezwaar gemaakt tegen de vastgestelde WOZ-waarde en de daaruit voortvloeiende belastingaanslag. Het gerechtshof heeft eerder uitspraak gedaan over de bezwaarprocedure en de rechtmatigheid van de aanslag.
De Hoge Raad heeft de zaak inhoudelijk niet behandeld maar het beroep in cassatie afgewezen op formele gronden, namelijk artikel 81 RO Pro, dat betrekking heeft op de ontvankelijkheid van het cassatieberoep. Hierdoor blijft het hofarrest in stand. De uitspraak is van belang voor de rechtspraktijk omtrent WOZ-waarderingen en de belastingheffing daarop.
Uitkomst: Het cassatieberoep is afgewezen op grond van artikel 81 RO, waardoor het hofarrest in stand blijft.