ECLI:NL:HR:2011:BP9485
Hoge Raad
- Herziening
- A.J.A. van Dorst
- J. de Hullu
- C.H.W.M. Sterk
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid van aanvraag tot herziening wegens eerdere vernietiging en vrijspraak
De zaak betreft een aanvraag tot herziening van een arrest van het Gerechtshof te 's-Gravenhage uit 1993 en een vonnis van de Arrondissementsrechtbank te 's-Gravenhage uit 1991. De aanvrager was in hoger beroep veroordeeld voor valsheid in geschrift, maar dit vonnis was door het Hof vernietigd. De Hoge Raad had in 1994 het cassatieberoep verworpen.
De Hoge Raad heeft kennisgenomen van alle correspondentie tot de datum van het arrest in 2011. De aanvraag tot herziening kon niet leiden tot herziening voor zover deze betrekking had op het vonnis, omdat dit reeds in hoger beroep was vernietigd. Voor zover de aanvraag zich richtte op beslissingen die niet aan het oordeel van het Hof waren onderworpen, kon deze ook niet leiden tot herziening omdat deze beslissingen vrijspraak en nietigverklaring van dagvaarding betroffen.
De Hoge Raad benadrukte dat herziening slechts mogelijk is op grond van nieuwe, door bewijsmiddelen gestaafde feiten die bij het onderzoek niet bekend waren en die het ernstig vermoeden wekken dat het onderzoek tot vrijspraak, ontslag van rechtsvervolging, niet-ontvankelijkheid of een lichtere straf zou hebben geleid. De aanvraag bevatte geen dergelijke omstandigheden en werd daarom niet-ontvankelijk verklaard.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart de aanvraag tot herziening niet-ontvankelijk wegens gebrek aan nieuwe feiten en eerdere vernietiging.