ECLI:NL:HR:2011:BP9502

Hoge Raad

Datum uitspraak
24 juni 2011
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
10/03594
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 RO
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt afwijzing cassatie in familierechtelijke alimentatiezaak

De zaak betreft een geschil tussen een vrouw en een man over alimentatieverplichtingen na echtscheiding en de afwikkeling van huwelijkse voorwaarden, waaronder een vergoeding voor het gebruik van een personenauto.

In de lagere instanties, te weten de rechtbank en het gerechtshof te 's-Gravenhage, zijn diverse beschikkingen gewezen die het geschil behandelden. De vrouw stelde beroep in cassatie in tegen het vonnis van het hof, terwijl de man zowel verwerping van het beroep verzocht als zelf incidenteel cassatieberoep instelde.

De Advocaat-Generaal adviseerde tot verwerping van zowel het principale als het incidentele cassatieberoep. De Hoge Raad oordeelde dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie konden leiden en dat nadere motivering niet nodig was omdat geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling aan de orde waren.

De Hoge Raad heeft het beroep en het incidenteel beroep verworpen, waarmee de uitspraak van het hof in stand blijft. De beschikking werd gegeven door de vice-president en raadsheren en in het openbaar uitgesproken door raadsheer Numann op 24 juni 2011.

Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en het incidentele cassatieberoep, waarmee de uitspraak van het gerechtshof in stand blijft.

Uitspraak

24 juni 2011
Eerste Kamer
10/03594
RM/IF
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
in de zaak van:
[De vrouw],
wonende te [woonplaats],
VERZOEKSTER tot cassatie, verweerster in het incidenteel cassatieberoep,
advocaat: mr. J. Dongelmans,
t e g e n
[De man],
wonende te [woonplaats],
VERWEERDER in cassatie, verzoeker in het incidenteel cassatieberoep,
advocaat: mr. A. Vijftigschild.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als de vrouw en de man.
1. Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de beschikkingen in de zaak FA RK 08-3487/310485 van de rechtbank 's-Gravenhage van 18 februari 2009 en 21 oktober 2009,
b. de beschikking in de zaak met nummers 200.035.069/01, 200.036.436/01, 200.054.248/01 en 200.054.576/01 van het gerechtshof te 's-Gravenhage van 19 mei 2010.
De beschikking van het hof is aan deze beschikking gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen de beschikking van het hof heeft de vrouw beroep in cassatie ingesteld. De man heeft verzocht het beroep te verwerpen en heeft incidenteel cassatieberoep ingesteld. Het cassatierekest en het verweerschrift tevens houdende incidenteel cassatieberoep zijn aan deze beschikking gehecht en maken daarvan deel uit.
De vrouw heeft verzocht het incidenteel cassatieberoep te verwerpen.
De conclusie van de Advocaat-Generaal L. Strikwerda strekt tot verwerping van zowel het principale als het incidentele beroep.
3. Beoordeling van de middelen in het principale en in het incidentele beroep
De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
in het principale en in het incidentele beroep:
verwerpt het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de vice-president J.B. Fleers als voorzitter en de raadsheren W.D.H. Asser en C.E. Drion, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 24 juni 2011.