ECLI:NL:HR:2011:BP9900
Hoge Raad
- Cassatie
- A.J.A. van Dorst
- H.A.G. Splinter-van Kan
- W.F. Groos
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt ontnemingsvonnis wegens schending recht op advocaat voorafgaand verhoor
In deze zaak stond de ontnemingsvordering centraal waarbij de betrokkene werd verplicht tot betaling van een bedrag van €182.945,- wegens wederrechtelijk verkregen voordeel. Deze schatting was mede gebaseerd op een verklaring die de betrokkene op 22 juni 2004 aan de politie had afgelegd zonder voorafgaand overleg met een advocaat.
De verdediging voerde aan dat deze verklaring niet gebruikt mocht worden omdat het recht op raadpleging van een advocaat was geschonden, zoals beschermd door artikel 6 EVRM Pro en bevestigd in eerdere jurisprudentie (Salduz en Panovits). Het hof verwierp dit verweer omdat niet was aangetoond dat het ontbreken van advocaatcontact de verklaring had beïnvloed of dat de betrokkene een andere verklaring zou hebben afgelegd bij wel raadpleging.
De Hoge Raad oordeelde echter dat het hof hiermee een onjuiste rechtsopvatting had gegeven. Volgens de Hoge Raad leidt het niet toestaan van advocaatcontact voorafgaand aan het eerste verhoor in beginsel tot bewijsuitsluiting van de verklaring en daarvan afgeleid bewijs, tenzij de verdachte ondubbelzinnig afstand heeft gedaan van dit recht of dwingende redenen tot beperking bestaan.
Omdat het hof de schatting van het wederrechtelijk verkregen voordeel mede op deze onrechtmatig verkregen verklaring had gebaseerd, werd het ontnemingsvonnis vernietigd en de zaak terugverwezen naar het hof voor hernieuwde beoordeling. De overige middelen behoefden geen bespreking.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het ontnemingsvonnis wegens onrechtmatig verkregen bewijs en verwijst de zaak terug naar het hof.