ECLI:NL:HR:2011:BQ0415
Hoge Raad
- Cassatie
- J.W. van den Berge
- C. Schaap
- J.W.M. Tijnagel
- A.H.T. Heisterkamp
- M.W.C. Feteris
- Rechtspraak.nl
Beoordeling proceskostenvergoeding bij navorderingsaanslagen in Rekeningenproject
Belanghebbende kreeg navorderingsaanslagen opgelegd over de jaren 1990-2000 in de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen en vermogensbelasting, inclusief verhogingen, boetes en heffingsrente. Na bezwaar handhaafde de inspecteur deze aanslagen, maar het hof verklaarde het beroep gegrond en kende een proceskostenvergoeding toe van €505, afwijkend van de forfaitaire regeling wegens bijzondere omstandigheden.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof terecht heeft geoordeeld dat de uniforme behandeling van 67 zaken binnen het Rekeningenproject en de grote mate van samenhang en uniformiteit in processtukken bijzondere omstandigheden vormen die een afwijking van de forfaitaire regeling rechtvaardigen. De Hoge Raad wijst op de terughoudendheid bij toepassing van artikel 2, lid 3, van het Besluit proceskosten bestuursrecht, maar acht het oordeel van het hof niet onjuist of onvoldoende gemotiveerd.
De overige middelen van belanghebbende falen en leiden niet tot cassatie. De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond en veroordeelt belanghebbende niet in de proceskosten.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard en het oordeel van het hof over de proceskostenvergoeding bevestigd.