ECLI:NL:HR:2011:BQ0460
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie niet-ontvankelijk inzake belastingaanslag 2004
De zaak betreft een cassatieberoep van belanghebbende tegen de uitspraak van de rechtbank te 's-Gravenhage van 2 maart 2010. De rechtbank had uitspraak gedaan over de aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen over het jaar 2004, een boete wegens niet-tijdige aangifte en de beschikking inzake heffingsrente.
Belanghebbende had bezwaar gemaakt tegen deze aanslag en de daarbij behorende sancties, waarna de rechtbank uitspraak deed. Vervolgens werd door belanghebbende beroep in cassatie ingesteld bij de Hoge Raad.
De Hoge Raad heeft het beroep in cassatie echter niet-ontvankelijk verklaard, waarmee het beroep niet inhoudelijk is behandeld. Dit betekent dat de uitspraak van de rechtbank in stand blijft en niet door de Hoge Raad is herzien.
De beslissing van de Hoge Raad betreft een formele afwijzing van het cassatieberoep, zonder inhoudelijke beoordeling van de belastingaanslag, boete of heffingsrente.
Uitkomst: Het beroep in cassatie is niet-ontvankelijk verklaard, waardoor de uitspraak van de rechtbank in stand blijft.