ECLI:NL:HR:2011:BQ0522

Hoge Raad

Datum uitspraak
24 juni 2011
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
10/00494
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:681 BWArt. 81 RO
Verwijzingen
5 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt afwijzing beroep tegen kennelijk onredelijk ontslag

In deze zaak stond de vraag centraal of bij de beoordeling van de kennelijke onredelijkheid van een ontslag ook feiten na de datum van het ontslag mogen worden betrokken. De zaak betrof een geschil tussen eiser en Technochroom Nijkerk B.V. over de rechtmatigheid van het ontslag.

De kantonrechter en het gerechtshof Arnhem hadden eerder geoordeeld dat het ontslag niet kennelijk onredelijk was. Tegen het arrest van het hof van 15 september 2009 stelde eiser beroep in cassatie in bij de Hoge Raad. De Hoge Raad verwees naar de eerdere vonnissen en arresten en nam kennis van de conclusies van de Advocaat-Generaal.

Uiteindelijk oordeelde de Hoge Raad dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie konden leiden en dat nadere motivering niet nodig was omdat de klachten geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling bevatten. Het beroep werd verworpen en eiser werd veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het ontslag wordt niet als kennelijk onredelijk beoordeeld.

Uitspraak

24 juni 2011
Eerste Kamer
10/00494
DV/IS
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[Eiser],
wonende te [woonplaats],
EISER tot cassatie,
advocaat: mr. H.J.W. Alt,
t e g e n
TECHNOCHROOM NIJKERK B.V.,
gevestigd te Nijkerk,
VERWEERSTER in cassatie,
advocaat: mr. J.P. Heering.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser] en Technochroom.
1. Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de vonnissen in de zaak 495673\CV EXPL 07-1900\LS/91/rz van de kantonrechter te Arnhem van 25 juli 2007 en 31 oktober 2007;
b. het arresten in de zaak 200.004.771 van het gerechtshof te Arnhem van 20 mei 2008 en 15 september 2009.
De arresten van het hof zijn aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof van 15 september 2009 heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Technochroom heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.
De conclusie van de Advocaat-Generaal L. Timmerman strekt tot verwerping met toepassing van art. 81 RO Pro.
De advocaat van [eiser] heeft bij brief van 14 april 2011 op die conclusie gereageerd.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Technochroom begroot op € 669,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J.B. Fleers als voorzitter en de raadsheren W.D.H. Asser en C.E. Drion, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 24 juni 2011.