ECLI:NL:HR:2011:BQ0522
Hoge Raad
- Cassatie
- J.B. Fleers
- W.D.H. Asser
- C.E. Drion
- E.J. Numann
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt afwijzing beroep tegen kennelijk onredelijk ontslag
In deze zaak stond de vraag centraal of bij de beoordeling van de kennelijke onredelijkheid van een ontslag ook feiten na de datum van het ontslag mogen worden betrokken. De zaak betrof een geschil tussen eiser en Technochroom Nijkerk B.V. over de rechtmatigheid van het ontslag.
De kantonrechter en het gerechtshof Arnhem hadden eerder geoordeeld dat het ontslag niet kennelijk onredelijk was. Tegen het arrest van het hof van 15 september 2009 stelde eiser beroep in cassatie in bij de Hoge Raad. De Hoge Raad verwees naar de eerdere vonnissen en arresten en nam kennis van de conclusies van de Advocaat-Generaal.
Uiteindelijk oordeelde de Hoge Raad dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie konden leiden en dat nadere motivering niet nodig was omdat de klachten geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling bevatten. Het beroep werd verworpen en eiser werd veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het ontslag wordt niet als kennelijk onredelijk beoordeeld.