ECLI:NL:HR:2011:BQ0712

Hoge Raad

Datum uitspraak
10 juni 2011
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
10/04454
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 ROArt. 288 lid 1 onder b FW
Verwijzingen
3 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek schuldsaneringsregeling wegens gebrek aan goede trouw schuldenaar

In deze zaak heeft de Hoge Raad het beroep in cassatie van de verzoeker verworpen tegen het arrest van het gerechtshof Amsterdam, waarin het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling (WSNP) werd afgewezen. De afwijzing was gebaseerd op het oordeel dat niet aannemelijk was dat de schuldenaar te goeder trouw was ten aanzien van het ontstaan of het onbetaald laten van zijn schulden, zoals vereist in artikel 288 lid 1 onder Pro b van de Faillissementswet.

De procedure omvatte eerdere vonnissen van de rechtbank Amsterdam en het gerechtshof Amsterdam. De Hoge Raad heeft de klachten van de verzoeker onderzocht maar geoordeeld dat deze niet leiden tot cassatie, mede omdat er geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling aan de orde waren.

Het arrest werd vastgesteld op 26 mei 2011 en op 10 juni 2011 in het openbaar uitgesproken. De Hoge Raad bevestigde daarmee de afwijzing van het verzoek tot schuldsanering, waarmee de schuldenaar niet in aanmerking komt voor de regeling wegens het ontbreken van goede trouw.

Uitkomst: Het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling wordt afgewezen wegens gebrek aan aannemelijkheid van goede trouw van de schuldenaar.

Uitspraak

10 juni 2011
Eerste Kamer
10/04454
EV/MD
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[Verzoeker],
wonende te [woonplaats],
VERZOEKER tot cassatie,
advocaat: mr. P. Garretsen.
Verzoeker tot cassatie zal hierna ook worden aangeduid als [verzoeker].
1. Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. het vonnis in de zaak 454598/FT-RK 10.539 van de rechtbank Amsterdam van 1 juni 2010,
b. het arrest in de zaak 200.068.032/01 van het gerechtshof te Amsterdam van 5 oktober 2010.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof heeft [verzoeker] beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De conclusie van de Advocaat-Generaal J. Wuisman strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is vastgesteld op 26 mei 2011 en gewezen door de vice-president D.H. Beukenhorst als voorzitter en de raadsheren W.D.H. Asser en C.E. Drion, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 10 juni 2011.