ECLI:NL:HR:2011:BQ1198
Hoge Raad
- Cassatie
- J.W. van den Berge
- C. Schaap
- J.W.M. Tijnagel
- A.H.T. Heisterkamp
- R.J. Koopman
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt afwijzing vrijstelling precariobelasting voor privaatrechtelijke leidingbeheerder
Belanghebbende, een privaatrechtelijke rechtspersoon die ondergrondse leidingen beheert voor elektriciteit en gas in de gemeente Leiden, kreeg voor het jaar 2003 een aanslag precariobelasting opgelegd. Na bezwaar en beroep bij de rechtbank en het hof werd de aanslag gehandhaafd. Belanghebbende stelde zich op het standpunt dat vrijstelling van de belasting moest gelden omdat de leidingen oorspronkelijk door of namens de gemeente waren gelegd en noodzakelijk waren voor een publiekrechtelijke taak.
De Hoge Raad oordeelde dat de vrijstelling van precariobelasting alleen geldt voor voorwerpen die door of namens de gemeente, provincie of het rijk noodzakelijk zijn aangebracht voor de uitoefening van hun publiekrechtelijke taak. Omdat belanghebbende een privaatrechtelijke rechtspersoon is en geen wettelijke taak van de gemeente kan worden aangewezen, komt zij niet voor vrijstelling in aanmerking.
De Hoge Raad verwierp ook het argument dat het feit dat de aandelen van belanghebbende uiteindelijk in handen zijn van overheden, haar gelijk zou stellen met een gemeente. De gewijzigde verordening die vereist dat de leidingen in gebruik zijn bij een overheid, is eveneens niet van toepassing omdat de leidingen in gebruik waren bij belanghebbende.
Het incidentele beroep van het College van B&W van Leiden werd niet behandeld omdat het geen gunstiger resultaat opleverde dan de uitspraak van het hof. De Hoge Raad wees het cassatieberoep af en veroordeelde partijen niet in de proceskosten.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart het cassatieberoep ongegrond en bevestigt dat belanghebbende geen recht heeft op vrijstelling van precariobelasting.