ECLI:NL:HR:2011:BQ1213
Hoge Raad
- Cassatie
- D.G. van Vliet
- P. Lourens
- E.N. Punt
- J.A.C.A. Overgaauw
- P.M.F. van Loon
- Rechtspraak.nl
Herziening omzetbelasting bij ingebruikneming onroerende zaak mede voor privédoeleinden gebouwd
Belanghebbende, een maatschap die een champignonkwekerij exploiteert, heeft een pand laten bouwen dat deels voor privégebruik en deels voor zakelijke doeleinden werd gebruikt. De omzetbelasting die tijdens de bouw in 2002 en 2003 in rekening werd gebracht, werd niet eerder in aftrek gebracht.
Na een verzoek om teruggaaf van deze omzetbelasting over het eerste kwartaal van 2004 werd dit door de Inspecteur geweigerd. De rechtbank en het hof verklaarden het beroep van belanghebbende ongegrond, waarbij het hof oordeelde dat herziening alleen mogelijk is als het werkelijke gebruik afwijkt van het oorspronkelijk voorspelde gebruik.
De Hoge Raad oordeelt dat op grond van artikel 15, lid 4, tweede volzin, van de Wet op de omzetbelasting 1968 en het arrest van het Hof van Justitie in de zaak Charles, belanghebbende ook recht heeft op herziening van de omzetbelasting die eerder in rekening is gebracht maar niet in aftrek is gebracht. Het hof heeft dit onjuist beoordeeld, waardoor het arrest wordt vernietigd en de zaak wordt verwezen naar het gerechtshof Arnhem voor verdere behandeling.
De Hoge Raad veroordeelt de Staat tot vergoeding van het betaalde griffierecht en de kosten van het cassatiegeding aan de zijde van belanghebbende.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt gegrond verklaard, het arrest van het hof vernietigd en de zaak verwezen naar het gerechtshof Arnhem.