ECLI:NL:HR:2011:BQ1825

Hoge Raad

Datum uitspraak
10 juni 2011
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
09/03782
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
  • J.B. Fleers
  • E.J. Numann
  • A. Hammerstein
  • J.C. van Oven
  • C.E. Drion
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 RO
Verwijzingen
2 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Huurrechtelijke ontbinding en opschorting bij verwaarlozing onderhoud en uitblijven huurbetaling

In deze zaak stond centraal of het uitblijven van betaling van de huurprijs rechtvaardigt dat de huurder de huursom volledig opschort vanwege verwaarlozing van het onderhoud van de verhuurde woning.

Eisers hadden een procedure gevoerd tegen Trebbe Projecten B.V. over huurachterstand en onderhoudsgebreken. De lagere rechterlijke instanties hadden reeds uitspraken gedaan, waaronder het arrest van het gerechtshof Arnhem van 23 juni 2009.

De Hoge Raad heeft het cassatieberoep van eiser verworpen en geoordeeld dat de klachten onvoldoende aanleiding geven tot cassatie. Tevens oordeelde de Hoge Raad dat de voorwaarde voor behandeling van het incidentele cassatieberoep niet was vervuld, zodat dit niet werd behandeld.

De Hoge Raad bevestigt hiermee dat verwaarlozing van onderhoud niet zonder meer rechtvaardigt dat de huurder de volledige huurbetaling opschort en dat de ontbinding van de huurovereenkomst wegens uitblijven van betaling niet wordt toegekend op deze grond.

De kosten van het cassatiegeding worden aan eiser opgelegd.

Uitkomst: Het cassatieberoep van eiser wordt verworpen en de kosten van het cassatiegeding worden aan eiser opgelegd.

Uitspraak

10 juni 2011
Eerste Kamer
09/03782
RM/IF
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
1. [Eiser 1],
2. [Eiseres 2],
beiden wonende te [woonplaats],
EISERS tot cassatie, verweerders in het voorwaardelijk incidentele cassatieberoep,
advocaat: mr. A.S. Douma,
t e g e n
TREBBE PROJECTEN B.V.,
gevestigd te Enschede,
VERWEERSTER in cassatie, eiseres in het voorwaardelijk incidentele cassatieberoep,
advocaat: mr. D.M. de Knijff.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser] c.s. en Trebbe.
1. Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de vonnissen in de zaak 205575 CV EXPL 9478/05 van de kantonrechter te Almelo van 27 juni 2006, 9 januari 2007 en 13 maart 2007;
b. het arrest in de zaak 104.004.013 van het gerechtshof te Arnhem van 23 juni 2009.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof hebben [eiser] c.s. beroep in cassatie ingesteld. Trebbe heeft voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep ingesteld. De cassatiedagvaarding en de conclusie van antwoord tevens houdende incidenteel cassatieberoep zijn aan dit arrest gehecht en maken daarvan deel uit.
Partijen hebben over en weer geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.
De conclusie van de Advocaat-Generaal J.L.R.A. Huydecoper strekt tot verwerping van het principale cassatieberoep.
3. Beoordeling van het middel in het principale beroep
3.1 De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
3.2 Het principale beroep faalt. Daarmee is de voorwaarde waaronder het incidentele beroep is ingesteld, niet vervuld, zodat het geen behandeling behoeft.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het principale beroep;
veroordeelt [eiser] c.s. in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Trebbe begroot op € 384,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J.B. Fleers als voorzitter en de raadsheren E.J. Numann, A. Hammerstein, J.C. van Oven en C.E. Drion, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 10 juni 2011.