ECLI:NL:HR:2011:BQ2472
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- B.C. de Savornin Lohman
- C.H.W.M. Sterk
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt en verbetert kwalificatie in belastingfraudezaak
De Hoge Raad behandelde het cassatieberoep tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam inzake belastingfraude gepleegd door verdachte als directeur van [A] Inc. De bewezenverklaringen betroffen onjuiste en onvolledige aangiften vennootschapsbelasting en omzetbelasting over meerdere jaren, alsmede het niet doen van aangiften inkomstenbelasting.
De Hoge Raad oordeelde dat de bewezenverklaringen onder 1, 2 en 3 onvoldoende met redenen waren omkleed, omdat uit de gebruikte bewijsmiddelen niet zonder meer kon worden afgeleid dat verdachte onjuiste aangiften had gedaan. Ook was de verklaring van verdachte over het vergeten doen van aangifte niet redengevend voor het bewijs van opzet.
Verder verbeterde de Hoge Raad de kwalificatie van feit 5 van een overtreding van het tweede lid naar het eerste lid van artikel 69 van Pro de Algemene wet inzake rijksbelastingen. De zaak werd terugverwezen naar het hof voor hernieuwde berechting van de vernietigde onderdelen en strafoplegging. Het beroep werd voor het overige verworpen.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt delen van het arrest en verbetert de kwalificatie van een feit, waarna de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde behandeling.