ECLI:NL:HR:2011:BQ2810

Hoge Raad

Datum uitspraak
17 juni 2011
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
10/03099
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 ROArt. 1:377a lid 3 onder d BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek tot vaststelling omgangsregeling in familierechtelijke zaak

In deze zaak heeft de vader cassatie ingesteld tegen de beschikking van het gerechtshof Amsterdam waarin zijn verzoek tot vaststelling van een omgangsregeling werd afgewezen. De moeder en de Raad voor de Kinderbescherming waren eveneens betrokken partijen. De rechtbank Amsterdam had eerder meerdere beschikkingen in deze zaak gegeven.

De Hoge Raad heeft het cassatieberoep beoordeeld en geoordeeld dat de aangevoerde klachten niet leiden tot cassatie. Er was geen aanleiding tot beantwoording van rechtsvragen die van belang zijn voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling.

Daarom heeft de Hoge Raad het beroep van de vader verworpen en de beschikking van het hof bekrachtigd. De uitspraak werd gedaan door de vice-president en raadsheren van de Hoge Raad en in het openbaar uitgesproken door raadsheer Numann op 17 juni 2011.

Uitkomst: Het cassatieberoep van de vader wordt verworpen en de afwijzing van het verzoek tot vaststelling van een omgangsregeling wordt bekrachtigd.

Uitspraak

17 juni 2011
Eerste Kamer
10/03099
RM/AS
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
in de zaak van:
[De vader],
wonende te [woonplaats],
VERZOEKER tot cassatie,
advocaat: mr. M-J.E. de Boorder-Gilsing,
t e g e n
1. [De moeder],
wonende te [woonplaats],
VERWEERSTER in cassatie,
advocaat: mr. J.F.M. van Weegberg, en
2. DE RAAD VOOR DE KINDERBESCHERMING,
gevestigd te Amsterdam,
BELANGHEBBENDE in cassatie,
advocaat: mr. M.M. van Asperen.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als de vader en de moeder.
1. Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de beschikkingen in de zaak 351652/FA RK 06-6063 van de rechtbank Amsterdam van 6 juni 2007, 30 juli 2008 en 26 augustus 2009;
b. de beschikking in de zaak 200.049.411/01 van het gerechtshof te Amsterdam van 20 april 2010.
De beschikking van het hof is aan deze beschikking gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen de beschikking van het hof heeft de vader beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De moeder heeft verzocht het beroep te verwerpen.
De Raad voor de Kinderbescherming heeft als belanghebbende een verweerschrift ingediend.
De conclusie van de Advocaat-Generaal E.B. Rank-Berenschot strekt tot verwerping van het beroep.
3. Beoordeling van de middelen
De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de vice-president J.B. Fleers als voorzitter en de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, J.C. van Oven, C.A. Streefkerk en C.E. Drion, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 17 juni 2011.