ECLI:NL:HR:2011:BQ2830
Hoge Raad
- Cassatie
- J.W. van den Berge
- C. Schaap
- J.W.M. Tijnagel
- A.H.T. Heisterkamp
- R.J. Koopman
- Rechtspraak.nl
Geen terbeschikkingstelling auto mede namens andere werkgever bij doorberekening kosten
Belanghebbende was in 2005 in dienst bij twee werkgevers, A B.V. en B B.V. A stelde een auto ter beschikking die belanghebbende ook gebruikte voor werkzaamheden voor B. A bracht kosten voor deze autoritten gedeeltelijk in rekening bij B. De Inspecteur legde een aanslag op waarbij werd uitgegaan van privégebruik van de auto.
De Rechtbank en het Hof verklaarden het beroep van belanghebbende ongegrond en bevestigden dat de autoritten als privégebruik moesten worden aangemerkt. Het Hof stelde dat het gebruik voor werkzaamheden bij B als privégebruik geldt, tenzij de auto mede namens B ter beschikking is gesteld of de dienstbetrekking bij B binnen het kader van die bij A wordt uitgeoefend.
De Hoge Raad oordeelt dat het doorberekenen van kosten aan B niet betekent dat de auto mede namens B ter beschikking is gesteld. Belanghebbende kon geen andere feiten aanvoeren die dit zouden ondersteunen. Ook het betoog dat de dienstbetrekking bij B binnen het kader van die bij A zou vallen, faalt. Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard; de autoritten zijn privégebruik en de auto is niet mede namens de andere werkgever ter beschikking gesteld.